Afgelopen college Mediawijsheid vertelde gastspreker Rudy van Belkom ons
het een en ander over de mogelijkheden van sociale media. Hij is eigenaar van
het imagobureau TINK!. In zijn presentatie gaf hij enkele voorbeelden van hoe
je sociale media gebruikt kan worden. Zo kun je er bijvoorbeeld het succes van
je organisatie mee meten, of er wetenschappelijk onderzoek mee doen. In deze
speciale duoblog zal ik samen met Tim Butterbrod, een student Communicatie- en
Informatiewetenschappen met een minor in Bedrijfscommunicatie en Digitale
Media, bespreken hoe wij sociale media gebruiken.
Joey Duis: Social Media en het meten van succes
Net als vrijwel mijn gehele generatie ben ik op sociale media te vinden. Ik
heb een account op Facebook en Twitter, waar ik mijn sociale netwerk kan
onderhouden. Verder bezoek ik de website Reddit dagelijks. Dit is een site waar
mensen over de hele wereld content zoals afbeeldingen of artikelen uploaden.
Met een account kun je de content omhoog of omlaag stemmen en er berichten bij
plaatsen. Het verschilt van Facebook en Twitter in de zin dat ik de mensen op
Reddit niet persoonlijk ken. De website Tumblr is dan weer iets socialer. Hier
kun je microblogs van mensen volgen. Na een tijdje bouw je zo een netwerk op
van mensen met dezelfde interesses, die desondanks over de hele wereld wonen. Deze
vier sites vallen allen onder de noemer sociale media, maar verschillen dus ook
zeer van elkaar. Zo zijn Facebook en Twitter puur gericht op mijn persoonlijke
contacten en Reddit en Tumblr op mijn interesses. En ik vermoed dat dit de
meest gebruikelijke manieren zijn waarom mensen sociale media gebruiken.
Van Belkom noemde echter nog een manier: het meten van succes. Je zou het
wellicht niet verwachten, maar hier houd ik me ook mee bezig. Ik ben namelijk
actief lid bij de studievereniging SV Flow. Ik zit in de webcommissie, wat
betekent dat wij ons bezighouden met de website en de sociale media van Flow. Momenteel
worden de sociale media gebruikt om een online netwerk te vormen van de leden,
zodat iedereen onze berichten voorbij ziet komen. Dit zijn voornamelijk berichten
met informatie over naderende activiteiten. Informeren is dus het kernwoord. Op
de website gebeurt dit door middel van korte stukjes tekst en aantrekkelijke
banners op de voorpagina.
Van Belkom noemde in zijn presentatie enkele tools die men kan gebruiken om
succes te meten. Enkele hiervan gebruiken wij reeds, anderen zijn wellicht
handig voor de toekomst. We gebruiken bijvoorbeeld Google Analytics om te
bekijken hoe succesvol de website is. Hiermee kunnen we zien hoeveel bezoekers
we die maand hebben gehad, hoeveel daarvan unieke bezoekers waren en wat het
percentage van nieuwe bezoekers was. Tevens weten we hoeveel bezoeken een
bezoeker gemiddeld per maand gemaakt heeft, hoeveel pagina’s er gemiddeld per
bezoeker worden bekeken en hoe lang men gemiddeld op de site zit. Ook kunnen we
kijken waar bezoekers vandaan komen, en welke zoekwoorden er daarvoor zijn
gebruikt. En alsof dat nog niet genoeg was hebben we een overzicht van de meest
bezochte pagina’s. Dit is dus een zeer bruikbare tool die ons inzicht geeft in
het succes van de website, maar ook in de manier waarop men op de website komt
en op welke pagina’s.
Wat betreft de sociale media zijn er ook enkele tools die Van Belkom noemde
die wij reeds gebruiken. Zo gebruikt een medecommissielid die verantwoordelijk
is voor de sociale media gebruik van Tweetdeck. Daarin kun je namelijk Tweets vooraf
maken en een tijdstip instellen waarop ze gepubliceerd kunnen worden. In de
Tweets, maar ook in de Facebook berichten zetten we bit.ly links. Bit.ly geeft
namelijk weer hoeveel mensen op de link hebben geklikt. Afgelopen vergadering
hebben we besproken wat de ideale tijd zou kunnen zijn om berichten te publiceren.
We hebben toen een experimentje bedacht waarin we enkele tijden uitkiezen om
berichten te publiceren en vervolgens te kijken wanneer er het vaakst op werd
geklikt. Rudy van Belkom kwam tijdens het college met een beter alternatief.
Hij noemde de website crowdbooster.com, een tool waarmee je kunt kijken wanneer
je volgers online zijn. Dit is precies wat we nodig hebben. Een nadeel is
echter dat het niet gratis is, afgezien van een 30 dagen gratis trial als je je
voor één van de betaalplannen aanmeldt. Of we deze tool dus daadwerkelijk gaan
gebruiken is nog maar de vraag.
Tim Butterbrod: Social Media en onderzoek
Ik weet nog dat, meteen nadat ik mijn eerste smartphone kocht in 2010, ik voor het eerst in aanraking kwam met social media. Nu ik met mijn Nokia N8 overal op internet kan, is dit een goed moment om te beginnen met social media, dacht ik. Ik maakte een Twitter-account aan en begon met tweeten. Dat verveelde om een of andere reden al redelijk snel. Begin 2011 maakte ik een Facebook-account en sindsdien heb ik Twitter links laten liggen. Tegenwoordig zit ik elke dag wel op Facebook, vaak meerdere keren per dag: in de bus of trein, of school (soms tijdens college) en thuis. Ik spendeer het meeste tijd aan chatten op Facebook, aangezien dat naar mijn mening beter werkt dan MSN. Daarnaast gebruik ik Facebook om een beetje up to date te blijven van wat bekenden doen of gaan doen. Ook vind ik het handig om te zien wat voor evenementen er zijn in Tilburg en omstreken. Bovendien heeft Facebook ook een aantal pagina’s (De Speld!) waar grappige filmpjes, foto’s of verhalen worden geplaatst. Eigenlijk is Facebook dus ook goed voor je dagelijkse dosis humor.
Ik weet nog dat, meteen nadat ik mijn eerste smartphone kocht in 2010, ik voor het eerst in aanraking kwam met social media. Nu ik met mijn Nokia N8 overal op internet kan, is dit een goed moment om te beginnen met social media, dacht ik. Ik maakte een Twitter-account aan en begon met tweeten. Dat verveelde om een of andere reden al redelijk snel. Begin 2011 maakte ik een Facebook-account en sindsdien heb ik Twitter links laten liggen. Tegenwoordig zit ik elke dag wel op Facebook, vaak meerdere keren per dag: in de bus of trein, of school (soms tijdens college) en thuis. Ik spendeer het meeste tijd aan chatten op Facebook, aangezien dat naar mijn mening beter werkt dan MSN. Daarnaast gebruik ik Facebook om een beetje up to date te blijven van wat bekenden doen of gaan doen. Ook vind ik het handig om te zien wat voor evenementen er zijn in Tilburg en omstreken. Bovendien heeft Facebook ook een aantal pagina’s (De Speld!) waar grappige filmpjes, foto’s of verhalen worden geplaatst. Eigenlijk is Facebook dus ook goed voor je dagelijkse dosis humor.
Het gebruik van
social media is naar mijn mening als student communicatie- en
informatiewetenschappen een interessant gebied om onderzoek naar te doen. Nu
bijna iedereen internet heeft (zeker in Nederland), worden sociale media als
Facebook en Twitter steeds populairder. Als je vijftien jaar geleden iemand
wilde spreken terwijl je thuis was had je twee opties: je belt iemand op of je
liet iemand naar jou toe komen (of jij ging naar hem/haar natuurlijk). Of als
je heel hip was, dan stuurde je een sms’je. Tegenwoordig is communicatie niet
meer alleen elkaar ‘in het echt’ spreken (face-to-face communicatie), maar ook
via sociale media als je tientallen, honderden, duizenden kilometers van elkaar
verwijderd bent. Het onderhouden van relaties wordt hierdoor veel makkelijker:
je kunt immers nog steeds je neef die net naar Australië vertrokken is elke dag
spreken. Omdat er nogal wat verschil zit tussen face-to-face communicatie en
communicatie via bijvoorbeeld Facebook, is het voor mij interessant om te
kijken naar wat dat verschil precies is. Wat doen mensen bijvoorbeeld als ze
niet non-verbaal kunnen communiceren, zoals dat het geval is bij communicatie
via sociale media? En hoe gaan mensen om met het feit dat je in online communicatie
vaak niet meteen hoeft te antwoorden, maar rustig kan nadenken over wat je
gesprekspartner net heeft gezegd? Hoe komt het dat sommige mensen een vlotte
babbel hebben op Facebook, maar stil zijn zodra ze een ‘echt’ gesprek moeten
voeren? Voor mij als CIW-student is het boeiend om onderzoek hiernaar te doen,
omdat het verklaart wat deze verschillen zijn en waarom ze bestaan.
Conclusie
Sociale Media bieden dus veel verschillende mogelijkheden. Tim en ik gebruiken het beiden voor de 'leuke' zaken, maar zijn daarnaast ook op verschillende manieren bezig met hoe we het op een professionelere manier kunnen gebruiken. In mijn geval focus ik me de laatste tijd veel op de bedrijfskundige kant, terwijl Tim bezig is met de wetenschappelijke kant. De notie Social Media kent dus vele gezichten.