Posts tonen met het label social media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label social media. Alle posts tonen

zondag 14 april 2013

Social Media gebruik: twee beschouwingen


Afgelopen college Mediawijsheid vertelde gastspreker Rudy van Belkom ons het een en ander over de mogelijkheden van sociale media. Hij is eigenaar van het imagobureau TINK!. In zijn presentatie gaf hij enkele voorbeelden van hoe je sociale media gebruikt kan worden. Zo kun je er bijvoorbeeld het succes van je organisatie mee meten, of er wetenschappelijk onderzoek mee doen. In deze speciale duoblog zal ik samen met Tim Butterbrod, een student Communicatie- en Informatiewetenschappen met een minor in Bedrijfscommunicatie en Digitale Media, bespreken hoe wij sociale media gebruiken.

Joey Duis: Social Media en het meten van succes
Net als vrijwel mijn gehele generatie ben ik op sociale media te vinden. Ik heb een account op Facebook en Twitter, waar ik mijn sociale netwerk kan onderhouden. Verder bezoek ik de website Reddit dagelijks. Dit is een site waar mensen over de hele wereld content zoals afbeeldingen of artikelen uploaden. Met een account kun je de content omhoog of omlaag stemmen en er berichten bij plaatsen. Het verschilt van Facebook en Twitter in de zin dat ik de mensen op Reddit niet persoonlijk ken. De website Tumblr is dan weer iets socialer. Hier kun je microblogs van mensen volgen. Na een tijdje bouw je zo een netwerk op van mensen met dezelfde interesses, die desondanks over de hele wereld wonen. Deze vier sites vallen allen onder de noemer sociale media, maar verschillen dus ook zeer van elkaar. Zo zijn Facebook en Twitter puur gericht op mijn persoonlijke contacten en Reddit en Tumblr op mijn interesses. En ik vermoed dat dit de meest gebruikelijke manieren zijn waarom mensen sociale media gebruiken.

Van Belkom noemde echter nog een manier: het meten van succes. Je zou het wellicht niet verwachten, maar hier houd ik me ook mee bezig. Ik ben namelijk actief lid bij de studievereniging SV Flow. Ik zit in de webcommissie, wat betekent dat wij ons bezighouden met de website en de sociale media van Flow. Momenteel worden de sociale media gebruikt om een online netwerk te vormen van de leden, zodat iedereen onze berichten voorbij ziet komen. Dit zijn voornamelijk berichten met informatie over naderende activiteiten. Informeren is dus het kernwoord. Op de website gebeurt dit door middel van korte stukjes tekst en aantrekkelijke banners op de voorpagina.

Van Belkom noemde in zijn presentatie enkele tools die men kan gebruiken om succes te meten. Enkele hiervan gebruiken wij reeds, anderen zijn wellicht handig voor de toekomst. We gebruiken bijvoorbeeld Google Analytics om te bekijken hoe succesvol de website is. Hiermee kunnen we zien hoeveel bezoekers we die maand hebben gehad, hoeveel daarvan unieke bezoekers waren en wat het percentage van nieuwe bezoekers was. Tevens weten we hoeveel bezoeken een bezoeker gemiddeld per maand gemaakt heeft, hoeveel pagina’s er gemiddeld per bezoeker worden bekeken en hoe lang men gemiddeld op de site zit. Ook kunnen we kijken waar bezoekers vandaan komen, en welke zoekwoorden er daarvoor zijn gebruikt. En alsof dat nog niet genoeg was hebben we een overzicht van de meest bezochte pagina’s. Dit is dus een zeer bruikbare tool die ons inzicht geeft in het succes van de website, maar ook in de manier waarop men op de website komt en op welke pagina’s.

Wat betreft de sociale media zijn er ook enkele tools die Van Belkom noemde die wij reeds gebruiken. Zo gebruikt een medecommissielid die verantwoordelijk is voor de sociale media gebruik van Tweetdeck. Daarin kun je namelijk Tweets vooraf maken en een tijdstip instellen waarop ze gepubliceerd kunnen worden. In de Tweets, maar ook in de Facebook berichten zetten we bit.ly links. Bit.ly geeft namelijk weer hoeveel mensen op de link hebben geklikt. Afgelopen vergadering hebben we besproken wat de ideale tijd zou kunnen zijn om berichten te publiceren. We hebben toen een experimentje bedacht waarin we enkele tijden uitkiezen om berichten te publiceren en vervolgens te kijken wanneer er het vaakst op werd geklikt. Rudy van Belkom kwam tijdens het college met een beter alternatief. Hij noemde de website crowdbooster.com, een tool waarmee je kunt kijken wanneer je volgers online zijn. Dit is precies wat we nodig hebben. Een nadeel is echter dat het niet gratis is, afgezien van een 30 dagen gratis trial als je je voor één van de betaalplannen aanmeldt. Of we deze tool dus daadwerkelijk gaan gebruiken is nog maar de vraag.  

Tim Butterbrod: Social Media en onderzoek 
Ik weet nog dat, meteen nadat ik mijn eerste smartphone kocht in 2010, ik voor het eerst in aanraking kwam met social media. Nu ik met mijn Nokia N8 overal op internet kan, is dit een goed moment om te beginnen met social media, dacht ik. Ik maakte een Twitter-account aan en begon met tweeten. Dat verveelde om een of andere reden al redelijk snel. Begin 2011 maakte ik een Facebook-account en sindsdien heb ik Twitter links laten liggen. Tegenwoordig zit ik elke dag wel op Facebook, vaak meerdere keren per dag: in de bus of trein, of school (soms tijdens college) en thuis. Ik spendeer het meeste tijd aan chatten op Facebook, aangezien dat naar mijn mening beter werkt dan MSN. Daarnaast gebruik ik Facebook om een beetje up to date te blijven van wat bekenden doen of gaan doen. Ook vind ik het handig om te zien wat voor evenementen er zijn in Tilburg en omstreken. Bovendien heeft Facebook ook een aantal pagina’s (De Speld!) waar grappige filmpjes, foto’s of verhalen worden geplaatst. Eigenlijk is Facebook dus ook goed voor je dagelijkse dosis humor.

Het gebruik van social media is naar mijn mening als student communicatie- en informatiewetenschappen een interessant gebied om onderzoek naar te doen. Nu bijna iedereen internet heeft (zeker in Nederland), worden sociale media als Facebook en Twitter steeds populairder. Als je vijftien jaar geleden iemand wilde spreken terwijl je thuis was had je twee opties: je belt iemand op of je liet iemand naar jou toe komen (of jij ging naar hem/haar natuurlijk). Of als je heel hip was, dan stuurde je een sms’je. Tegenwoordig is communicatie niet meer alleen elkaar ‘in het echt’ spreken (face-to-face communicatie), maar ook via sociale media als je tientallen, honderden, duizenden kilometers van elkaar verwijderd bent. Het onderhouden van relaties wordt hierdoor veel makkelijker: je kunt immers nog steeds je neef die net naar Australië vertrokken is elke dag spreken. Omdat er nogal wat verschil zit tussen face-to-face communicatie en communicatie via bijvoorbeeld Facebook, is het voor mij interessant om te kijken naar wat dat verschil precies is. Wat doen mensen bijvoorbeeld als ze niet non-verbaal kunnen communiceren, zoals dat het geval is bij communicatie via sociale media? En hoe gaan mensen om met het feit dat je in online communicatie vaak niet meteen hoeft te antwoorden, maar rustig kan nadenken over wat je gesprekspartner net heeft gezegd? Hoe komt het dat sommige mensen een vlotte babbel hebben op Facebook, maar stil zijn zodra ze een ‘echt’ gesprek moeten voeren? Voor mij als CIW-student is het boeiend om onderzoek hiernaar te doen, omdat het verklaart wat deze verschillen zijn en waarom ze bestaan.

Conclusie
Sociale Media bieden dus veel verschillende mogelijkheden. Tim en ik gebruiken het beiden voor de 'leuke' zaken, maar zijn daarnaast ook op verschillende manieren bezig met hoe we het op een professionelere manier kunnen gebruiken. In mijn geval focus ik me de laatste tijd veel op de bedrijfskundige kant, terwijl Tim bezig is met de wetenschappelijke kant. De notie Social Media kent dus vele gezichten.

zondag 3 februari 2013

Privacy en het internet

'Even de vakantiekiekjes op Facebook zetten', een handeling die in deze 'day and age' volkomen normaal is. Het is immers een makkelijke en snelle manier om je belevenissen met de wereld te delen. Niet iedereen zal zich echter bewust zijn van de risico's die zo'n triviale handeling met zich mee kan brengen. Want wie zou mijn gegevens nou willen misbruiken?

Privacy door de jaren heen
Het begrip 'privacy' is nog relatief nieuw. In het college Mediawijsheid (Van Driel, 28-01-2013) werd verteld dat het in 1879 ontstond. Tot aan de 19e eeuw was er nauwelijks sprake van grenzen of anonimiteit. Omdat men zich bewust werd dat sommige dingen wellicht niet zo gepast zijn voor kinderen, werden er meer grenzen opgebouwd. Deze werden vervolgens weer enigszins afgebroken door de opkomst van de televisie in de jaren '80. In de 21e eeuw zijn sociale media steeds belangrijker geworden en dit heeft ook zo zijn effect op privacy.


Sociale media en privacy
Sociale netwerksites sporen gebruikers aan om hun persoonlijke gegevens en foto's openbaar te maken aan de rest van de online gemeenschap door middel van bepaalde specificaties. Zo zorgt de aanbevolen privacy instelling op Facebook ervoor dat iedereen je statusupdates, foto's, berichten, biografie en familie kan zien. Op het gros van de sociale mediasites is de informatie eenvoudig bereikbaar voor derde partijen, zonder dat daarvoor de medewerking van de site zelf nodig is. Hierdoor wordt het risico op criminele activiteit, zoals identiteitsfraude, groter. Iemand is schuldig aan identiteitsfraude als diegene zich een identiteit van een ander of een niet-bestaande identiteit aanwendt. Hiervoor gebruikt de fraudeur de persoonlijke gegevens van het doelwit, zoals diens geboortedatum, geboorteplaats, opleidingsniveau en foto's. Juist dit zijn dus de gegevens die op een doorsnee sociaal netwerkprofiel te vinden zijn. Het is dan ook geen verrassing dat identiteitsfraude via sociale media toeneemt.

Dikwijls hebben sociale netwerksites privacy instellingen waarmee de gebruikers kunnen bepalen voor wie welke informatie toegankelijk is. Op deze manier heeft niet jan en alleman toegang tot de persoonsgegevens, wat een prima manier is om identiteitsfraude tegen te gaan. Het probleem hiermee is echter dat websites continu aan veranderingen onderhevig zijn, waardoor deze instellingen nogal eens kunnen veranderen. In 2011 gebeurde dit bijvoorbeeld toen Facebook de Timeline-profielen introduceerde.

Attitude ten opzichte van online privacy
Dat activiteiten zoals identiteitsfraude mogelijk zijn kan er tevens in liggen dat veel mensen de gevaren niet inzien. Er heerst een soort laconieke attitude ten opzichte van privacy bij veel gebruikers van sociale media. Uit een marktonderzoek in 2009 bleek dat 98% van de Nederlanders van identiteitsfraude had gehoord, maar dat slechts 43% het als een bedreiging zag.

Een argument dat vaak de kop opsteekt is "Ik heb toch niets te verbergen." Wellicht is dit correct op persoonlijk gebied, en heeft deze persoon er daadwerkelijk geen problemen mee als een onbekende zijn of haar interesses en foto's kan bekijken. Er wordt echter niet bij stil gestaan dat iemand deze gegevens zou kunnen gebruiken voor criminele activiteiten.

Afgebroken grenzen
De grenzen die in de 19e eeuw ontstonden, lijken onder de invloed van social media steeds verder afgebroken te worden. Met deze verminderde privacy komt met gevaar, wat door velen onderschat lijkt te worden. Ik ben dan ook van mening dat het geen positieve ontwikkeling is. Het zou helpen als sociale netwerksites hun standaardinstellingen volledig op 'alleen vrienden' zouden zetten. Op die manier worden onverschillige gebruikers toch beschermd. Echter, een dergelijke verandering zie ik helaas niet snel gebeuren. De enige echte manier om het gevaar van verminderde privacy te verminderen zal echter liggen in een verhoogd bewustzijn bij de gebruikers. Veiligheid begint immers bij jezelf.

Kijktip
Iets wat bij kan dragen aan een verhoogd bewustzijn wat betreft privacy zijn films als 'Catfish'. De documentaire vertoont het verhaal van Nev Schulman, een fotograaf uit New York die via sociale netwerken in contact komt met een vrouw. Hij begint een langeafstandsrelatie met haar, maar na enige tijd blijkt dat er iets niet helemaal in de haak is. Hieronder kun je de trailer bekijken:


Referenties